Tekeningen

Dragwolg blog 9) Over drie treden van malachiet

Gisteren (05-11-20) hebben we gedurende de middag en een deel van de avond een verkenningstocht uitgevoerd. We zijn gestart op de plek waar de laatste foto gemaakt is. Er waren in het stof en de kiezels sporen van dieren te vinden, maar herkenbare menselijke voetafdrukken hebben we daarbij niet aangetroffen. Maar goed, grote dieren hebben doorgaans meer gewicht en op de foto leek het erop dat ze ook nog eens zwaar bepakt waren; een drijver of herder laat daarnaast geen waarneembaar spoor achter. Veel zegt dat dus niet over de aanwezigheid van een eventueel menselijke levensvorm.

We hebben het spoor gevolgd, omhoog de bergen in, totdat we op een punt kwamen waar het een gebaand pad kruiste van ruwe steen, platgelopen in plaats van aangelegd, maar toch herkenbaar als weg. Daar hebben we het spoor van de dieren gelaten voor wat het is en zijn we het pad gaan volgen naar het oosten, hoger de bergen in. Daar belandden we op een stenige hoogvlakte met tegen een bergtop een groot massief bouwsel, van dezelfde kleur als al het gesteente daar, okergeel met een roze gloed. Op grote afstand hebben we aan de rand van de vlakte een uur gewacht, maar geen teken van leven bespeurd. In die tijd heb ik de constructie in zijn omgeving geschetst.

Uiteindelijk zijn we naar het gebouw gegaan. Op de vlakte passeerden we een aantal kleine bouwsels van gestapelde steenblokken. Daarna bereikten we een hoge muur die nog het meest leek op de verdedigingsmuur van een middeleeuws kasteel. In het midden daarvan bevond zich een smalle poort met een lage boog, zo laag dat we moesten bukken om binnen te gaan. Daarachter lag een lange schemerige gang, donker na een paar bochten, zodat we onze zaklampen nodig hadden. We hebben minutenlang door die gang gelopen, die in wijde bochten omhoog klom, tot we een entree naderden.

Over drie treden van glanzend groen edelsteen stapten we een weidse koepelzaal binnen. Onder het gewelf klonk de ruis van windvlagen (of was het een dreigende ademhaling?), door de akoestiek in de zaal versterkt tot een machtige galm.

Vanuit de zaal vertakten zich uitgebreide gangenstelsels in alle richtingen; kamer na kamer reeg zich aaneen en overal zagen wij die bizarre creaturen; we hebben er tientallen gezien, maar als je het hele gebouw onderzoekt zijn het er misschien wel honderden: magere, bottige, pezige wezens met harde, vleesloze schedels en een tonvormige ribbenkast. Hun ellenlange ledematen strekten zich uit, lagen ineengevlochten, wrongen zich om hun hoofden, hun dunne benige tenen en vingers klauwend over het graniet. Ze glansden met een zachte, groene gloed. Ze lagen, zaten, knielden, hingen, stonden, hurkten, ineengezakt vaak, soms ook als versteend in een ondefinieerbare bezigheid. Ze waren niet dood. We hoorden hun roffelende ademhaling, de slagen van hun hart.

Ze sliepen.

We hebben hier een aantal uren doorgebracht, de koele kamers onderzocht en niets gevonden. Alleen deze wezens, in diepe slaap, en verder niets dan kale steen.

We zijn tijdig teruggekeerd naar de Dragwolf, om voor het vallen van de duisternis terug te zijn.

Die avond hebben wij in de bestanden van de Oneindige Bibliotheek gezocht naar aanknopingspunten. Wij hebben alleen een bondige notitie kunnen vinden, in een vervaagd en beschadigd handschrift:

De dromers van Kirill

Meester Semenov heeft in het derde era verslag gedaan van de dromers van Kirill. Zij leven op de hoogte van Ghrebet, over de trap van malachiet (hier staat in het manuscript een onleesbare woordgroep) het klooster dat de naam Mechtat draagt.

Zij slapen en dromen. In hun dromen scheppen zij de volkeren; de volkeren leven in hun dromen. Zonder de dromers zouden geen volkeren zijn.

Wie was of is meester Semenov? Wanneer is het derde era? Wie of wat is Kirill? Zijn wij in het klooster Mechtat op de hoogte van Ghrebet geweest? Er liggen genoeg overeenkomsten (bergen, klooster, trappen van malachiet, slapers-dromers), maar hier blijkt maar weer hoe moeilijk het is zekerheid te verkrijgen over wat dan ook.

We weten het niet.

Ons bezoek levert daarbij nog een huiveringwekkende vraag op: leven wij of wordt ons bestaan hier op deze plek gedroomd?

Dragwolf blog 8) Aankomst

Gisteren (04-11-20) zijn we gearriveerd op een ons onbekende planeet. De avond viel, dus we zijn niet zelf naar buiten geweest. Dat wil zeggen, we hebben wel even een paar foto’s gemaakt, maar we zijn niet op pad gegaan. Linda’s foto’s hierbij tonen het landschap terwijl de nacht uit de bodem opklimt en onze Dragwolf, die er in het donker misschien nog wel indrukwekkender uitziet dan bij daglicht.

onze landingsplek
Dragwolf by night

We hebben een terrein van100 vierkante kilometer met de echo gescand. Aan de hand van die scan heb ik een snelle kaart van het gebied geschetst. Het is een rotsachtig gebied met wijd vertakte stromen die uitmonden in een brede rivier. Er liggen bossen aan de zuidkant van het water; in het oosten klimt het land steil op naar een bergmassief.

Opvallend was dat er een afwijking in het echoraster optrad (T1/k). Zo’n afwijking kan alleen maar veroorzaakt zijn door een geluidsbron.

We hebben met langeafstandsmicrofoons een opname gemaakt. Het leverde een kort geluid op dat met enige variatie van tijd tot tijd herhaald werd. We konden het niet met zekerheid interpreteren, maar het deed ons het meest denken aan een dierlijke roep.

Vanochtend hebben we in alle vroegte de sensoren uitgezonden om het gebied te verkennen. Bij terugkeer zat er een foto bij die volgens ons aantoont dat er menselijk leven op deze planeet bestaat, of in ieder geval een ‘soort van mensachtig’ leven. Op die foto zien we bij sterke uitvergroting (en na digitale verbetering) een groepje wezens dat volgens ons bestaat uit een aantal dieren en een gedaante die, op de rug gezien, duidelijk menselijk is. Maar goed, de voorkant hebben we niet in beeld…

Dat betekent dat we vanmiddag zonder camera op pad gaan om dit bergachtige land verder te verkennen. Onze maiden trip heeft ons geleerd voorzichtig te zijn.

Dragwolf blog 7) Het zwarte gat

Vandaag (01-11-20) passeerden wij een zwart gat. Ongekend dichtbij. We hadden van ditzelfde fenomeen een foto in ons systeem, gemaakt met een ruimtetelescoop. Een enigszins wazige plaat, digitaal opgeblazen. Linda heeft nu vanachter het venster met haar smartphone een spectaculaire foto gemaakt: contrastrijker en veel helderder van kleur!

We kunnen hem nu niet doorsturen; we hebben hier geen bereik ✨.

Dragwolf blog 6) Onze eerste grote reis

Op 30-10-20 zijn wij vertrokken. We hebben een willekeurige bestemming gekozen; met de ogen dicht hebben we een galaxy geprikt waar we naartoe gaan. Eenmaal daar zoeken we dan een planeet die naar onze maatstaven mogelijk levensvormen herbergt. In de praktijk komt dat dus neer op een planeet die op onze aarde lijkt – dat immers is het leven dat wij kennen en dat ons vertrouwd is.

Zouden wij totaal afwijkende levensvormen kunnen herkennen? Zijn onze zintuigen toereikend? Kunnen wij onze metingen interpreteren?

Dragwolf blog 5) Onze tweede proefvlucht

We wilden dit keer naar een plek waar nooit eerder humanoïden geweest zijn. De Dragwolf heeft ons naar een planeet gebracht die in het navigatiesysteem staat onder de naam Breh’loz. De atmosfeer daar maakte het mogelijk zonder zuurstofvoorziening rond te lopen, maar de temperatuur lag veel hoger dan we gewend zijn. Dat maakte onze twee korte verkenningstochtjes bijzonder vermoeiend.

We hebben eerst een wandeling gemaakt over een uitgestrekte vlakte met een zanderige, rotsachtige bodem. De temperatuur bedroeg 48 graden Celsius; er stond geen wind. Hier hebben we een groot landdier gezien van ruim tien meter hoog. De lengte van kop tot staart schat ik ook op zo’n tien meter. Het bewoog zich uiterst traag voort op vier dunne poten.

Daarna hebben we nog een korte wandeling gemaakt door een dicht woud, 108 kilometer naar het oosten gelegen. Ook hier was het verstikkend heet, ruim 45 graden, maar tussen de bomen was het ook nog eens klam en vochtig, waardoor de hitte nauwelijks te verdragen was. De bomen en planten leken op aardse vegetatie.

Bij een kleine poel zagen we een slakkerig wezen, bruin van kleur, traag kruipend over de natte bosgrond. De rug was een hoge bult, kop en staart lagere bulten; uit die bulten groeiden plukjes stug haar, wat het dier een komisch uiterlijk verleende. Het was zo’n twintig centimeter lang en vijf á zes centimeter hoog. We liepen er voorzichtig heen om het wat beter te bekijken, toen er plotseling vanuit een boom een razendsnelle flits naar beneden schoot, het dier vastgreep en naar boven trok. Het bleek een slangachtig insect te zijn, met lange grijpklauwen die leken op de klimopstengels die uit de bomen hingen. Tussen de takken viel het nauwelijks op. De kracht en de snelheid van dit roofdier waren groter dan we ooit gezien hadden. Onze aanwezigheid maakte het dier onrustig; het at zijn prooi niet op, liet het uiteindelijk zelfs vallen, zo gebiologeerd bleef het ons aanstaren. De slak maakte zich met onverwachte snelheid uit de voeten. De slang (zo zal ik het beest maar noemen) sperde zijn bek open en liet achter uit zijn keel een dof gebrul horen. Woede? Frustratie? Angst? In ieder geval bleef het ons kronkelend over de hoge takken achtervolgen, zonder zijn gebrul te staken. “We moeten hier weg, het bos uit” zei Linda. “We zijn niet veilig. Ik denk dat het een baby’tje is dat om zijn moeder roept.” Deze opmerking maakte mij behoorlijk onrustig. Een slang van een meter of zes, sneller en krachtiger dan welke vleeseter ook, roepend om zijn nog grotere, sterkere, snellere moeder – uit frustratie om ons!

We zijn inmiddels (21-10-2020) teruggekeerd op onze thuisbasis. Alle systemen werken. Alles wat we nodig hebben ligt op voorraad. Niets houdt ons nog tegen. We kunnen op ontdekking.

Dragwolf blog 4) Spacesuits IAN/MC/Qu:E

We hebben eindelijk goede beschermende kleding gevonden. Drukpakken hadden we al, geschikt voor alle atmosferische omstandigheden – als het nodig is kun je er zelfs ruimtewandelingen in maken. Die pakken echter zitten te groot, te zwaar en te ongemakkelijk om je lijf als je op verkenning gaat op het oppervlak van een planeet die een atmosfeer kent die vergelijkbaar is met de luchtlagen rond onze aarde. Dan draag je liever iets lossers. En zulke pakken hebben we nu dus. Tweedehands, dat wel, maar met een IAN-label: Is As New. Het is Medical Clothing (‘MC’), medische protectiekleding die al in het veld gebruikt is, maar volgens de hoogste standaard refurbished en voorzien van het predicaat ‘Qu:E’ (Quality Extra).

Linda heeft voor Kensi en Terry ook een pakje gemaakt. Dat voor Kensi kan ik wel begrijpen, die is net zo kwetsbaar als wij, maar voor Terry…? We hebben juist een robot aangeschaft omdat die niet kwetsbaar zijn voor biologische gevaren. Maar Linda vindt het zielig als hij zonder beschermend pakje naar buiten moet. Nou ja. Nu kan hij meedoen met de grote mensen.

We hebben ook sensor-drones gekocht. Die vangen geluid en beweging op. Ze doen nauwkeurige temperatuurmetingen binnen een straal van 100 meter en ze kunnen filmen en fotograferen. Ze herkennen bekende chemische elementen en maken desgevraagd analyses van verbindingen daartussen.

We hebben onszelf getraind in de bediening van alle apparatuur. Gewapend met kennis en betrouwbaar materiaal zijn we zo langzamerhand klaar om onze eerste reizen te ondernemen. We gaan binnenkort nog een testreis maken. Daarna gaan we op ontdekkingsreis.

Dragwolf blog 3) De Oneindige Bibliotheek

Om ons met kennis te wapenen tegen onaangename verrassingen tijdens onze toekomstige reizen door tijdruimte en dimensies, hebben we een bezoek gebracht aan de Oneindige Bibliotheek, die door sommigen Het Heelal genoemd wordt. Ten onrechte overigens. Zij is wel degelijk een bibliotheek.
De oneindigheid ervan wordt bepaald door het feit dat voor elke ruimte die betreden wordt, twee nieuwe ruimten aan de periferie gesticht worden; voor elk boek geraadpleegd, worden twee nieuwe boeken in het bestand opgenomen. Dit gaat al miljarden jaren op deze wijze. Een kolkende toestroom van boeken vult plank na plank, nis na nis, kamer na kamer, zaal na zaal. Het boekenbestand overschrijdt het getal googolplex.

Hoewel er geen sprake is van enige coherente ordening luidt het axioma dat de Oneindige Bibliotheek door haar omvang en oneindigheid alle boeken omvat die geschreven zijn of ooit geschreven zullen worden en daarmee antwoord kan geven op alle basismysteries van de mensheid, alsook voorspellingen van de toekomst, inclusief alle denkbare variaties daarop.

Inquisiteurs hebben zoektochten geleid naar het boek der boeken; sekten hebben alle letters en symbolen door elkaar willen gooien om de goddelijke wanorde na te bootsen; zuiveraars willen de bibliotheek van nutteloze werken ontdoen. Velen hebben getracht de Oneindige bibliotheek te beperken. Maar altijd tevergeefs.

De bibliotheek is onbegrensd en periodiek. Misschien als een eeuwige reiziger haar in iedere richting zou doorkruisen, dat hij na verloop van eeuwen zou kunnen constateren dat dezelfde boekdelen worden herhaald in dezelfde wanorde die, herhaald, een orde zou vormen. De Enige Orde! Een elegante hoop… Maar we zullen het nooit weten. Zo’n reiziger bestaat immers niet.

Om voor ons zinvolle en betekenisvolle informatie uit alle beschikbare kennis te halen, hebben we de Dragwolf direct contact laten maken met de bibliothecaris. Hij is een oude man, blind en doof, niet tot spreken in staat. Door hem heen stort de maalstroom van nieuwe boeken de Oneindige Bibliotheek binnen; zijn brein bevat alle woorden ooit geschreven en alle zinnen nog te schrijven. Hij zit in zijn stoel en ondergaat. Een kortstondige verbinding met zijn hersenen leert je alles wat door jou geweten kan worden. Van groot belang is dat je zo’n verbinding via een technisch hulpmiddel legt en nooit of te nimmer direct persoonlijk. Een milliseconde deel uitmaken van die onbegrensde razernij maakt je krankzinnig.

Goddank is onze Dragwolf hiertegen bestand.

Dragwolf blog 2) Droids dump

Gisteren (9-10-2020) zijn we naar Watto’s refurbished robots and motorparts geweest om een tweedehands robot te kopen. Watto zelf kon ons niet helpen (hij moest handtekeningen verkopen op de comic con) dus we werden toevertrouwd aan David, zijn verkoopbot. “Leid ze rond, David. En pas op: dit zijn terranen, dus als ze de kans krijgen, draaien ze je een poot uit. Maak een goede prijs. En hou ze weg bij het kleine grut. Dat schroot verkoop ik wel als oud metaal.”

David was een keurig articulerende rood met blauw gespoten android, glimmend gepoetst, de enige die goed in de lak stond. Hij stuurde wat vrij rondlopende robotjes weg, zei hun dat ze in hun doos moesten blijven, en nam ons mee de winkel in. De meeste robots waren geel, de bedrijfskleur van Banana Mining, hun vorige eigenaar, die veertig jaar terug failliet gegaan was. Ze waren in slechte staat –zwaar verroest allemaal en de beroerde buitenkant deed ons het ergste vermoeden over het binnenwerk. Ze hadden een robot die alle apparaten en voertuigen kon besturen (met een aluminium koffer vol extra pluggen, connectors en verloopstekkers), een robot die het meetwerk voor ons verrichten kon, een oersterke werkdroid, een halfhoog manusje van alles dat zowel technische ondersteuning kon bieden als huishoudelijke hulp en nog veel meer. Maar voor alles werd de hoofdprijs gevraagd, ver boven ons budget.

Linda was helemaal verliefd geworden op een kleine android die ze “zo lief!” vond, maar waarvan David niet kon vertellen wat zijn functionaltieiten waren. Ik probeerde met David te onderhandelen over de prijs van de werkdroid. Daar hadden we tenminste iets aan. En anders namen we het manusje van alles.

David was een stugge onderhandelaar. Linda tilde het babybotje steeds op.

Toen we thuiskwamen waren we de trotse bezitters van een robotje waarvan we niet zo goed wisten wat het voor ons doen kon. Maar het was wel “een schatje”. We noemen hem Terry. Dat betekent: heerser over mensen, leider van de stam.

Dragwolf blog 1) Maidentrip

Op 07-10-2020 zijn we met de Dragwolf een half uur weggeweest om de systemen uit te testen. We hebben haar gevraagd ons naar een blauwe planeet met een aardse atmosfeer te brengen; op die manier dachten we op een plek te komen die op onze wereld zou lijken. Bij nadering van de planeet bleek dat dit blauw van een totaal andere orde was. Dampkring, zee, licht, rots, bodem, vegetatie: alles was blauw!

We landden op een bergtop. Vanaf de landingsplek daalden we te voet af naar een veld, omzoomd door een bossige begroeiing. Op dit veld stonden in kleine groepen een soort hutjes op hoge palen bij elkaar.

We hebben wat gruis en wat kleine steentjes van de bodem geraapt. De kleur was niet steeds van dezelfde intensiteit, maar varieerde van licht blauwgrijs tot fel kobalt.

Toen we het veld overstaken, begon Kensi opgewonden te blaffen. Aanvankelijk begrepen we niet waarom, maar toen zagen we aan de bosrand een mensachtig wezen: de eerste buitenaardse humanoïde die wij ooit in levende lijve gezien hebben. Naast hem stond een of ander dier.

We zijn blijven kijken tot de wezens zich terugtrokken in de schaduw van de vegetatie. Daarna zijn we teruggekeerd naar de Dragwolf. Bij vertrek zijn we laag door het dal gevlogen en daar hebben we, aan de voet van de berg waarop we geland waren, een dorpje gezien dat op een ingewikkelde manier verwerkt was in zeer hoge rechtopstaande palen of boomstammen. Van afstand was het bijna alsof het in die immense takken zo gegroeid was, maar dichterbij werd duidelijk zichtbaar dat dit dorp een getimmerd maaksel was.

Daarna zijn we nog een kwartier aan het strand geweest. Linda is gek op de zee. Ook hier hebben we zo’n humanoïde gezien, dit keer op zo’n zelfde dier gezeten, dat kennelijk een rijdier is. Hij (zij?) bleef van grote afstand naar ons kijken. Ik vroeg Linda een foto te maken, maar toen zij het toestel op hem richtte, richtte het wezen ook een apparaat op ons. Geen idee wat het was. Een wapen? We hebben ons direct teruggetrokken in de Dragwolf.

Van wat we gezien hebben, heb ik een paar eenvoudige schetsjes gemaakt om de sfeer en de ervaring vast te leggen. Linda heeft de bodemmonsters gefotografeerd. Bij nadere analyse bleek het zand en aarde te zijn, alleen met een overdaad aan blauwe pigmenten erin, zoals apatiet, cyaan, smalt, lapis lazuli, kyanite, lazuriet, sulfaat, calcantia, corindon en borniet. Voor ons zijn dit vrijwel allemaal giftige stoffen.

De Dragwolf krijgt nu tijd om de ervaringen te verwerken en haar systemen te kalibreren. Binnenkort maken we weer een korte testvlucht.

Wij weten nu dat we een volgende keer de atmosfeer, het water en de bodem moeten checken en zo nodig een beschermend pak aantrekken. De sonic shower kon de vervuiling die we nu meenamen eenvoudig van ons af blazen, maar het kan straks een keer om hardnekkiger stoffen gaan. Misschien moeten we een robot kopen. Dan hebben we een hulp die onvatbaar is voor ongezonde omstandigheden. Wellicht kunnen we een betaalbaar tweedehands exemplaar op de kop tikken. Tenslotte moet ik een uitgebreidere set tekenspullen meenemen, want het is een reëel risico dat onze camera voor een aanvalswapen wordt aangezien. Het maken van een  foto kan dan vijandige reacties uitlokken.

We gaan onderzoeken hoe we beter gebruik kunnen maken van de hersencapaciteit van de Dragwolf om informatie te verwerken. Als we haar bijvoorbeeld verbinding kunnen laten maken met de Oneindige Bibliotheek, hebben we toegang tot kennis die al onze nieuwe ervaringen in een kader kan plaatsen, wat ons in staat zal stellen zinvolle interpretaties te creëren als we daadwerkelijk op exploratie gaan.

Dragwolf blog 0) Op 30 januari 2020 is de Dragwolf-R65 gearriveerd. Het verjaardagscadeau van Linda voor mij.

De dragwolf is een ruimteschip zonder beperkingen. Zij kan niet alleen intergalactisch reizen, maar ook een aantal interdimensionale grenzen overschrijden. De basis is een levend wezen dat nog het meest lijkt op een enorme aardse hond- of wolfachtige, maar dan met een brede staart die de lengte heeft van een mythologische drakenstaart. Het dier is razend intelligent, dankzij de drie grote breinen die het heeft – in het hoofd, in de buik en in de staart. De hersenen in het hoofd worden primair gebruikt om de positie te bepalen door met ongelooflijke snelheden voortdurend pulsarmetingen te verrichten. Ook is dit het ervaringscentrum waarin zij alle nieuwe indrukken verwerkt en opslaat, waarna ze deze voor ons in menselijke begrippen toegankelijk maakt. Het buikbrein is gespecialiseerd in hechting en veiligheidsbewaking. De hersenen in de staart tenslotte sturen de techniek aan. In de staart bevindt zich ook de motor.

De afmetingen en de technische specificaties zijn indrukwekkend :

DRAGWOLFR65 tech specs :

Length x height x width = 121,39ft/37m x 18,86ft/5,75m x 8,37ft/2,55m

Global + galactical + intergalactical + interdimensional positioning system (GPS+GPS+IGPS+IDPS)

Long range lattitude and longitude pulsar measurement 1017 p/s

Resizing technology from SA (sub atom) up to 500% life size.

Max speed (earth atmospheric) 652 m/ph = 1050 km/h

0,5 HCR hyperdrive class rating

Average cruising warp 6 / maximum warp 9,6 for 12 hours

Optical data network

Underskin dullaroy plating

x-ray field generator stern / force shield generator bow

deflector shield projection

anti concussion field generator

signal jammer

Power: girodyne SRB42 sublight engine

Quadex power core – subluminal

Class 0,5 coaxium ISU-SIM SSP05 hyperdrive

De dragwolf is geboren in 2018 en in de eerste helft van 2019 tot volwassenheid gegroeid. Vanaf oktober 2019 is zij getraind en ingericht voor verre reizen. Het interieur is ontworpen en gebouwd door Linda, die daarvoor uitsluitend antieke materialen gebruikt heeft. Daardoor blijven strakke moderniteiten als de sonic shower en de 3D food and beverage printer verborgen achter een ouderwets 19e eeuws interieur, dat ik altijd een aantrekkelijke omgeving vind. We hebben een antieke tafel met stoelen en een prachtige art nouveau boekenkast. Ook de techniek heeft zij op deze wijze gevormd, door uitsluitend vintage meters te installeren en veel koper en leer te gebruiken voor leidingen en bedradingen. Het besturingsconsole heeft daardoor iets steampunk-achtigs gekregen – werkelijk heel mooi!

De eerste twaalf weken moet de Dragwolf op onze thuisbasis blijven om te hechten en verbindingen te laten aangroeien. Na deze periode kunnen we hoogstens een paar korte trips boven onze eigen aarde maken om te wennen. Maar vanaf oktober 2020 kunnen we onbeperkt reizen!

INTRO DRAGWOLF BLOG

DRAGWOLFR65

Dit is de “DragwolfR65” die Linda voor mij gemaakt heeft. Ze heeft zich vele weken lang afgezonderd om in het geheim aan dit project te werken. Het resultaat is een wondermooi wezen, half dier, half machine – een levend wezen waarmee je intergalactisch en zelfs tussen dimensies kunt reizen.

Het dier is stoer en aaibaar. Het interieur is verbluffend detaillistisch. Een boekenkastje gevuld met boekjes, landkaarten, versleten vloerplanken, spijkertjes, vintage metertjes, vensters, ladders, een toegangsluik, flesjes gevuld met de sepia inkt die bij mijn glazen Venetiaanse pen hoort… Alles is met zorg en liefde en aandacht gemaakt. En ’s nachts kan je de verlichting aandoen.

Deze Dragwolf is de inspiratie voor allerlei tekeningen en beeldverhalen. Daarin zullen Linda, Kensi, Nala, Tommie en Garfield ook hun rol spelen. Inspirerende personages, personages om van te houden. Kijk maar:

In eerdere stripjes die ik getekend heb ziet de familie er ongeveer zo uit:

Maar of dat zo zal blijven, weet ik niet.

Ik heb een verhaal geschreven en een storybook vastgesteld, maar het vraagt honderden tekeningen. Op dit moment is dat meer dan ik technisch aankan. Ik ben niet stijlvast genoeg om zo’n grote klus te klaren. Maar wie weet… ooit.

Tot die tijd blijf ik gewoon losse tekeningen en verhaalfragmenten maken.

Ian McQue

Ian McQue is een conceptartist die voor de game- en filmindustrie werkt. Zoek eens op wat hij voor de film Mortal Engines heeft gemaakt en je krijgt de prachtigste fantasy voorgeschoteld (zie https://www.iamag.co/mortal-engines-60-concept-art-by-ian-mcque/ ). Hij heeft niet alleen een grenzeloze fantasie, maar ook een ongelooflijk trefzekere techniek. In zijn schetsen zie je al de dynamiek en overtuigende mechanica die in de uiteindelijke creaties tot leven komt. Je vindt veel werk van deze kunstenaar op het internet – hij wordt zeer vaak “gepind”.

Ik heb hier een paar snelle schetsen van hem nagemaakt (zo’n 10 minuten ’t stuk, in digitale inkt).

Franquin

Franquin is de tekenaar van Robbedoes en Kwabbernoot, Ton en Tineke, de Marsupilami en natuurlijk Guust. Een zwierige, ongelooflijk dynamische stijl, spannende verhalen en hilarische gags maken hem tot een van de toppers uit de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. Zijn enorme productiviteit leidde ook tot een zware productiedwang, die voor zijn gezondheid niet al te best was. Aan het einde van zijn leven tekende hij vaak zwartgallige en cynische stripjes, als uitlaatklep waarschijnlijk voor de teloorgang van zijn menselijke idealen.

Franquin was een meesterlijke creator van allerlei misvormde mensjes en monstertjes, soms gruwelijk, vaak grappig. In digitaal potlood en waterverf heb ik er een paar nagemaakt.

Jack Davis digitaal

De laatste tijd heb ik vooral analoog gewerkt. Ouderwetse pen en papier en waterverf. Hieronder weer eens een digitale prent. Deze is gemaakt naar een tekening van Jack Davis, een van mijn all time favoriete illustrators. Zijn werk heb ik nagemaakt als digitale potloodtekening en van een beetje kleur voorzien met digitale waterverf.

Uit mijn schetsboeken

Seinwachtershuisje Hemmen-Dodewaard
fantasielandschap

Oude tekeningen uit een overvolle map

aquarel – lens flare toegevoegd in photoshop

Uit een van mijn schetsboekjes

Faun

Een faun is een bosgod met het bovenlichaam van een mens en het onderlijf van een bok. Onderzoek van haren uit de vacht van een faun toont zowel menselijk DNA aan als DNA-sporen van geitachtigen. Verder is er niet veel bekend over de anatomie en fysiologie van het wezen. De verborgen leefwijze diep in de uitgestrekte wouden van Europa is hier waarschijnlijk de oorzaak van. Bovendien is de faun schuw. De geur van een mens doet hem vluchten. Op zijn sterke poten is het ranke creatuur razendsnel, ook tussen het dichte geboomte van een oerbos. Zijn snelheid, wendbaarheid en zijn schutkleur laten hem volledig verdwijnen in zijn omgeving.

Volgens onderzoeker en faunspecialist doctor Alvaro Ramírez heeft de faun een diepe connectie met de natuur. Hij heeft de faun meer dan eens waargenomen tijdens het beoefenen van magisch-mythische rituelen. Daarbij speelt muziek (panfluit!) een belangrijke rol. Dr. Ramírez veronderstelt dat de sieraden die de faun vaak draagt (gemaakt van stenen en botjes) eveneens een magische betekenis hebben. De faun kent dus een eigen cultuur.

Megalaodon

De megalodon is een haaiensoort die enorme afmetingen kan bereiken. Deze haai verscheen rond 18 miljoen jaar geleden in het Mioceen en stierf uit aan einde van het Plioceen of het begin van het Pleistoceen (schattingen variëren tussen 3,6 en 1,5 miljoen jaar geleden). Hij domineerde de gematigde zeeën van de wereld en leefde zonder vijanden. De vis kon een lengte bereiken van 18 meter en zijn bek tot twee meter opensperren. De soort is nauw verwant aan de nog levende witte haai, maar vele malen groter dan deze. Recente waarnemingen (beschreven in It’s alive, Máté Jako,2018) hebben aangetoond dat er vandaag de dag nog megalodons in leven zijn. De dieren leven in de diepste diepten van de oceaan. Soms echter jagen zij in ondiep water. Hun voedsel bestaat onder andere uit baleinwalvissen, zeekoeien en tandwalvissen. In de buurt van de Marianentrog bij het eiland Guam is een exemplaar van meer dan 24 meter lengte gesignaleerd, met staartvinnen van ruim acht meter en rugvinnen van meer dan vier meter. Het dier moet zo’n 20 ton zwaar zijn. De megalodon is de toppredator van de grote oceaan. Geen enkel wezen is tegen hem opgewassen; voor de megalodon is alles prooi.

Alruin

De alruin is een plant met vruchten die enigszins op de tomaat lijken. Alruin behoort tot de familie der nachtschade. In het Arabisch heet deze vrucht ‘beid el-jinn’ oftewel ‘het ei van de geest’.

De alruinwortel bevat giftige alkaloïden. De hallucinogene werking hiervan heeft de plant de naam van heksenkruid gegeven. de alruin wordt in magische zalven en dranken verwerkt en is nog steeds een veel gebruikt ingrediënt in wicca-recepten.

De alruinwortel heeft connecties met het dierenrijk omdat hij een schreeuw geeft als hij wordt geplukt. Mensen die de kreet horen kunnen er krankzinnig van worden.

Als een oude plant afsterft, leeft de wortel bovengronds nog een aantal jaren verder. Deze oude wortels hebben een enigszins humanoïde uiterlijk. Ze leven in de dichte begroeiing van moerasland, tot aan hun uiteindelijke dood. Wie een levende alruinwortel ziet, moet de oren bedekken, maar hij doet er goed aan hem te volgen: alruinwortels brengen geluk en wie meer dan een uur in de nabijheid van een solitaire alruin vertoeft, zal grote rijkdom verwerven. Maar pas op! Velen zijn hierdoor in een moeras verdwaald geraakt en nimmer naar hun stede teruggekeerd.

Jenny Greenteeth pulls you in!

Oefening naar een tekening van Alan Lee, uit het oude fairies-boek dat ik jammer genoeg niet meer in mijn bezit heb.

Demonen uit een van mijn schetsboekjes

Naar demonen uit Zarono’s Necromonicon

Uit een van mijn schetsboekjes

naar Peter Vos, Commedia Dell’Arte

Pink quad tractor Ford F.T.G.

Uit een van mijn schetsboekjes

De daemon van Dennis

demone di Zarono

Uit een van mijn schetsboekjes

Macrotus Sylvaticus

Old Timers

Linda en ik zijn vaak naar de Old Timer-dagen geweest die hier in de Betuwe georganiseerd worden. Die ouderwetse, puur mechanische auto’s vind ik boeiende onderwerpen – veel mooier vaak dan moderne auto’s met gladde elektronica erin verstopt.
Dit zijn oude tekeningen. De eerste drie heb ik op parkeerplaatsen gespot; de jaguar is van een Old Timer-dag in Opheusden.


In deze coronatijd gaan die dagen niet natuurlijk niet door. Vandaar dat onderstaande tekening naar een foto gemaakt is.

……………………………………………………….

Steelworkers’ lunchbreak

levert een iconische foto een iconische tekening op?

= Finally the audio transcripion to the image =

……………………………….

Een van mijn all time favoriete tekenaars is Robert Crumb. Hij is als een krankzinnige geobsedeerd door sex, een obsessie die hij soms van de broodnodige zelfspot voorziet, maar ook is hij een van de eerste en meest vergaande vernieuwers van de Amerikaanse comic. Zijn ‘underground’ werk voor onder andere andere ZAP en WEIRD was in de jaren ’60 en ’70 absoluut toonaangevend.
Aanvankelijk werkte hij bij een studio voor prentbriefkaarten, doorgaans in een klassieke comic-stijl. Maar met de revolutie in de jaren ’60 en onder invloed van LSD veranderde hij in een unieke kunstenaar, met bizarre en maatschappijkritische verhalen in een geheel eigen stijl.
In de loop der jaren is hij steeds preciezer en realistischer gaan tekenen. Zijn huidige werk lijkt nog het meest op 19e eeuws graveerwerk, geduldig met een fijn pennetje op papier gezet.

Hieronder heb ik een paar tekeningen van hem uit de jaren ’80 overgemaakt. Zo precies mogelijk, om het stijltje te doorgronden. Ik heb een van de tekeningen in zwart-wit toegevoegd, voordat ik hem digitaal inkleurde, om het lijnwerk te laten zien. Crumb’s werk is overigens doorgaans in zwart-wit gepubliceerd, in de vroege jaren in gestencilde vorm of als goedkope offset druk.

……………………………………..

Jack Davis is de beste tekenaar die MAD ooit gehad heeft. Een perfecte mengeling van realistisch en cartoonesk, met altijd maximale dynamiek – niet door de gesuggereerde beweging, maar door de levendige lijnvoering. Hieronder twee platen van hem die ik nagemaakt heb, om zijn stijl te verkennen.

naar Jack Davis
naar Jack Davis

……………………………………………….

Twee schoentjes, uit het rommelmuseum naast het ei van Barneveld (aquarel en kleurpotlood).

………………………………………………………..

Peter Delgildish is een kunstenaar die ingewikkelde ‘doodle’-achtige tekeningen maakt. Ze zijn zo ingewikkeld dat je ze niet kunt natekenen, maar de sfeer pakken en de stijl navolgen lukt wel. Het is heel ontspannend dit soort complex werk te maken. Zoek op ‘peter draws’ en je vindt een schat aan prachtige tekeningen en geestige filmpjes.

Twee autowrakken – naar foto’s op het world wide web